Boekpraat.nl
Henk Hagenberg - mijn beste boeken, samengevat
 

Max Sebald

Naar de natuur (Nach de Natuur: ein Elementaargedicht)
1988 Vertaling © Ria van Hengel 2006
Uitgeverij De Bezige Bij
101 pagina’s                                        (samengevat augustus 2009)

 

Max Sebald

Een Duitse recensie zegt: ‘Nicht für Leser die sich mit einfachen Texten unterhalten wollen’ en dat klopt als een bus. Dit literaire debuut van Sebald uit 1988 is een compact prozagedicht gewijd aan drie persoonlijkheden: de 16e eeuwse schilder Matthias Grünewald, de 18e eeuwse natuuronderzoeker Georg Wilhelm Steller en een contemporain iemand die we zonder moeite herkennen als W.G. Sebald zelf. 

Matthias Grünewald (1470-1528)
Sebald schrijft beeldend en to the point over Grünewalds oeuvre maar het blijft onbevredigend over schilderijen te moeten lezen zonder afbeeldingen, en al helemaal voor Sebald die toch zelf diep doordrongen was van de kracht van het visuele.

Gelukkig heeft een Duitse Sebaldiaan een fantastische website geproduceerd. Alle door Sebald besproken schilderijen - waarbij hij verwijst naar nauwelijks toegankelijke studies van Wilhelm Fränger en W.K. Zülch - staan op de site in hoge kwaliteit bij elkaar. Je kunt ze moeiteloos bestuderen zonder frustraties over incomplete boeken of websites. Voorbeeld: als Fränger beweert dat ‘het gelaat van de onbekende Grünewald telkens weer opduikt in zijn werk’ dan is dat alleen relevant indien visueel onderbouwd. Welnu, het is één van de mogelijkheden die de site biedt, naast o.m. een uitvoerig lexicon van in Sebalds werk voorkomende plaatsen, personen en muziek. Internet inspireert mensen wel!

 
Terug naar Grünewald. Bekend is de schilder vooral door het grote Isenheimer altaar uit Colmar, dat overigens lang toegeschreven werd aan Albrecht Dürer. Het is een fel altaarstuk met een onthutsend en bijna overdreven realisme voor een maximale emotionele impact. Dit expressionisme komt veel voor in de Duitse schilderkunst, maar niet alleen daar: denk aan Jeroen Bosch, Hugo van der Goes, Goya, Gericault, Max Beckman, Otto Dix en Lucien Freud.

Detail van Grünewald's Isenheimer kruisiging

Grünewalds altaarstuk (1510-14) diende ter stichting en vertroosting van in het Isenheimer klooster opgenomen lijders aan antoniusvuur en syfilis, menselijke wrakken met etterde en afgestorven lichaamsdelen die destijds beschouwd werden als morbide getuigen van Gods almacht. Grünewald zag dat lijden met open ogen. Hij geloofde niet meer in de bekrompen heilsboodschap van de Middeleeuwen maar hij was evenmin als wonderdoctor Faust (1480-1540), een man de Renaissance. En anders dan tijdsgenoten Mantegna, Rafaël, Dürer en Cranach werd hij niet aangetrokken door de elitaire idealen van de klassieke wereld. Grünewald werkte naar de natuur, naar de sombere realiteit van oorlog, ziekte, Jodenvervolgingen en fanatiek geloof en, blijkbaar, naar de extatische belofte van de Wederopstanding. (zie kader) 

Deutscher Bauernkrieg 1524/25
Met de introductie van vuurwapens in de 15e eeuw (eerst in de Hussieten oorlog) begon een hard proces van uitholling van de macht van feodale ridders en hun kastelen ten gunste van professionele huurtroepen die alleen bekostigd konden worden door een sterk centraal gezag. Groeiende steden, handel en geldwezen (Brugge, Venetië, Medici, Fugger etc.) en verzwakte corporatistische (gilden) structuren, verscherpten de tegenstellingen tussen rijk en arm. Voormalige gemeenschapsgronden werden geclaimed door de hoge adel en stedelijke patriciërs. Daardoor konden boeren niet meer als voorheen vrij jagen, vissen en hout hakken. Privileges, nepotisme, simonie en dubbelambten tierden welig. Jachtpartijen en beschermd wild vertrapten oogstvelden naar willekeur. De invoering van Romeinse wetgeving centraliseerde landbezit en belastingen en legitimeerde de toenemende rechteloosheid en uitbuiting van de boerenstand. Ook de kerk polariseerde met enerzijds een kostbare pauselijke hiërarchie – de megalomane nieuwbouw van de St. Pieter begon 1503 – en anderzijds een toenemend corrupte en bekrompen lokale geestelijkheid die niet in staat noch bereid was het lagere volk te beschermen. Verder verloor de Kerk door Renaissance, Humanisme (Erasmus, Thomas More, Ulrich von Hutten) en vooral, sinds 1460, door de drukpers, het monopolie op de informatievoorziening. De in 1483 ingevoerde Inquisitie en de Heksenhamer van 1486 belette Martin Luther niet in 1517 zijn 85 thesen op de Kerk van Wittenberg te spijkeren. Revolutionair was ook de oproep van Paracelsus: bestudeer de natuur wat een breuk inhield met de middeleeuwse Scholastiek van bestudeer de boeken. Thomas Müntzer, de wederdoper, betoverde Duitse boeren met het droombeeld van een sociale samenleving. De bom barstte toen meer dan 300.000 landarbeiders en ‘kleine luiden’ in 1524 in opstand kwamen – de grootste revolte voor de Franse revolutie. De repressie was meedogenloos: in een reeks van veldslagen, o.a. bij Frankenhausen, verloren 100.000 man het leven. Meelopers van de opstand werden gemarteld en vogelvrij verklaard. Bezit werd verbeurd. Het waren verscheurende jaren.

Grünewald heeft ze vastgelegd in al hun heftigheid.

 
Georg Wilhelm Steller (1709-1746)
Een model man van de Aufkläring, een avant la lettre Alexander von Humboldt of Charles Darwin. Geboren in Windsheim bij Nürenberg, opleiding tot arts in Wittenberg en vanaf 1734 als gewaardeerd botanist verbonden aan de Russische Academie van Wetenschappen in het nog jonge St. Peterburg. Steller liet dat comfortabele bestaan achter zich om deel te nemen aan de Tweede expeditie onder leiding van de Deense vlootvoogd Vitus Bering bedoeld om de oceaan aan de Siberische oostkust te verkennen en te zoeken naar een passage naar Amerika. Het was de tijd van de expansie van Rusland naar de immense ruimten van Azië. Alleen al de tocht van Steller van St. Peterburg naar Othotsk, waar Bering zijn ontdekkingsreis aan het voorbereiden was, duurde een kleine twee jaar.
Het schip van Bering bereikte uiteindelijk Alaska in 1741 maar de Steller kreeg nauwelijks tijd om het land te verkennen want de uitgeputte Bering wilde zo snel mogelijk naar huis. Op de terugweg strandden ze op wat later Bering Island zou heten. Daar moesten ze

Steller's Jay, een van de vele door hem 'ontdekte' dieren 

overwinteren. Bering en vele schepelingen stierven aan scheurbuik. Maar Steller hield zich onvermoeibaar bezig met de beschrijving van tal van onbekende zeedieren. Ten slotte slaagde een klein ploegje er in om terug te zeilen naar Kamtsjatka. Op dat schiereiland, en later in Siberië, was Steller in zijn element als naturalist. Hij onderzocht en noteerde alles. Het was in de meest letterlijke zin, werken naar de Natuur, idealistisch, begeesterd door de belofterijke God der wetenschap. 

Ik (Max Sebald (1944- 2001)
Sebald rijgt hier een snoer van fragmentarische herinneringen en associaties uit zijn jeugd en zijn jaren in Manchester, soms duister, soms alleen begrijpelijk als je de latere uitgewerkte passages kent uit onder meer De emigranten en Duizelingen.
Als kind met vaak pijnlijke, omzwachtelde handen keek Max urenlang alleen naar buiten en dan kwam het beeld bij hem op ‘van een geluidloze ramp, die zich bijna onmerkbaar voor de beschouwer voltrekt’.
Als volwassene bezoekt hij in een zekere zomer in Zürich ingenieur D. die kijkt naar zijn verwilderde tuin. Het doet hem denken, zegt D., aan de tocht door de woestijn.’Hoeveel machines heb ik niet gebouwd, installaties ontworpen, voordat ik het geloof verloor in de wetenschap die ik mijn leven lang had gediend’. De ingenieur weet dat de belofte van de Verlichting is omgeslagen in verwarring, dat harmonie onmogelijk is omdat het ene systeem of de ene gewelddaad altijd het begin is van een andere en omgekeerd. Naar de Natuur? Het land brandt al. De natuur zal, als op Breughels schilderij, onverschillig voorbijgaan aan de val van de mens, de zoon van Icarus. Maar als je goed kijkt naar Altdorfers Alexanderschlachtleer je door de kleinheid van de figuren en de onbegrijpelijke schoonheid van de natuur die hen overwelft, die kant van het leven te zien die je eerst niet zag. Kijk over de slag heen zie …. het vreemde, onontdekte en Afrikaanse continent’.

 Albrecht Altdorfer, Alexanderslag, 1529, München, Alte Pinakotheek. Detail: verduisterde zon met bloedrode wolken en blauwe bergen en zee boven het slagveld

 

 Hans Holbein de Jongere, Sir John Godsalve, 1532, The Royal Collection