Boekpraat.nl
Henk Hagenberg - mijn beste boeken, samengevat
 

 

4. Troost voor het inadequate – Montaigne
Na 1000 jaar duisternis herontdekte de Renaissance de klassieke wijsheid met zijn nobele, stoïcijnse geloof in rede en evenwicht. Maar de Franse humanist Michel de Montaigne zag dat anders: het was wijsheid voor marmeren bustes, vol onhaalbare idealen. Even kiespijn en weg waren alle abstracties! Echte mensen

Michel de Monaigne

bestaan uit geest èn lichaam. In zijn Essays (1580) geeft hij een geestige beschrijving van zijn eigen leven inclusief minutieuze waarnemingen van lichaamsfuncties: eten, stoelgang, hikken, zweten, boeren, copuleren enz. Het is misschien het eerste naakte, niet geposeerde portret van de ontoereikende mens. Maar echte wijsheid, in de zin van het zoeken naar geluk, geeft een veel bescheidener plaats aan intelligentie en hoge cultuur dan de Antieken deden. Wat betreft die cultuur verbaasde Montaigne zich over de vlotheid waarmee doorgaans onderscheid wordt gemaakt tussen normaal en abnormaal. Via inductieve logica wordt het onbekende zonder verder nadenken verworpen: nette mannen hebben kort haar, een man met lang haar is dus abnormaal en zal wel niet deugen. Vaak gaat het om kleinigheden. Het kan echter ook leiden, en Montaigne had daar berichten over ontvangen, tot de dehumanisering van Zuid-Amerikaanse Indianen als wild en goddeloos en vervolgens tot hun uitmoording.
‘Abnormaal’ zijn we allemaal een beetje, behalve in de ogen van onze zielverwanten. Montaigne had een dergelijke zielsvriend, Etienne de la Boétie (zie hierboven!) die echter jong stierf. Paradoxaal kon hij daarna lief en leed eigenlijk alleen delen met zijn anonieme lezers. De troost voor ons is dat in de Essays gedachten te vinden zijn die ook wij niet gauw met derden zullen delen.
In Montaigne’s herziene portret van de adequate, semi-rationele mens is het acceptabel geen Grieks te kennen, scheten te laten, van mening te veranderen, illustere schrijvers vervelend te vinden en geen enkele wijsgeer te kennen. Een deugdzaam, evenwichtig leven met een beetje humor en zin voor de betrekkelijkheid der dingen, is mooi zat. 

5. Troost voor een gebroken hart – Schopenhauer
Montaigne benadrukte onze lichamelijkheid en verstoorde daarmee de illusie van Homo sapiens als rationeel wezen. Arthur Schopenhauer (1788-1860), de misantropische filosoof uit Frankfurt a/Main ging een stuk verder. Elk levend wezen wordt bestuurd door een krachtige maar onbewuste wil om te leven. (Wille zum Leben) Het doel van het leven is om te leven

Arthur Schopenhauer

en te reproduceren. Bij afspraakjes, dating, flirten etc. gaat het niet om begrip of seksuele voldoening, om samenzijn of vermaak, maar om het maken van een volgende generatie. Ons onbewuste selecteert een geschikte kandidaat met als richtlijn om eigen zwakheden van lijf en karakter zo goed mogelijk te compenseren voor een optimale progenetuur. Dat impliceert dat partners niet persé hoeven te harmoniëren; ‘geluk’ hoort niet bij het biologische plan. En tegenslag in de liefde hoeft niet persoonlijk opgevat te worden. Bij dit blinde lot hebben we als mens wel één voorrecht: we kunnen onze ervaringen in de liefde delen met anderen in het bijzonder via kunst maar ook via wetenschap. Als een afgewezen minnaar een treurig liefdesverhaal leest (bijv. Die Leiden des jungen Werther) kan hij zich verheffen boven de eigen situatie; hij lijdt niet langer alleen maar maakt deel uit van een grote schare lotgenoten. Zijn verdriet verlies iets van de angel, wordt verteerbaar en minder een individuele vloek. Dat is de troost van Schopenhauer: je kunt je tranen zo verwerken dat je het lot beter begrijpt en minder te lijden hebt. 

6. Troost voor moeilijkheden – Nietzsche
Filosofen hebben altijd maar weinig heil gezien in ellende. Integendeel, traditioneel werd wijsheid geassocieerd met het lenigen van verdriet, wanhoop, zelfverachting etc. Schopenhauer raadde een omzichtige levenswandel aan, zoek geen genot, vermijdt pijn. Aanvankelijk kon Nietzsche zich daar wel in vinden maar toen hij de schoonheid van Sorrento ontdekte veranderde hij van mening en schimpte hij dat Schopenhauer ons veroordeelde tot een leven in een brandvrije kamer. Sterker, hij kwam tot het inzicht dat lijden, inspanning en ontbering noodzakelijke voorwaarden zijn om iets te bereiken. Hoog in de bergen in Engadin werkte hij zijn filosofie uit. Voor zuivere berglucht moet je bereid zijn eerst te klimmen, van het dal naar de top, naar de vervulling. Nietzsche’s helden (Übermenschen) Stendhal, Goethe, Montaige en Abbé Galiani waren mensen van de wereld, seksueel en intellectueel actief en creatief begaafd. Levendig, moedig, ambitieus, geestig en onafhankelijk. Ze hadden wèl hard moeten werken voor hun succes. Het eerste boek van Stendhal was een sof en pas na twintig jaar ploeteren schreef hij Le rouge et le Noir. Geen succes zonder tegenslag, geen bloem zonder wortels, geen vruchtbare Alpenweide zonder het voorafgaande geweld van een mineraalrijke gletscher. Toch wordt zo zelden met tegenslag omgegaan. Leidt jaloezie op iemands prestaties tot verbittering en zelfverachting of tot de wil zijn of haar voorbeeld te overtreffen? Tegenslag om te zetten in een uitdaging noemt Nietzsche sublimeren. Elk mens kan met wilskracht en uithoudingsvermogen iets bereiken. Alcohol vond Nietzsche een drug, een escape voor slappelingen. Christendom eigenlijk idem: een leer bedacht door slaven om net te doen als of hun onwaardige positie uit vrije wil gekozen was. De uitdaging is juist nooit te ontkennen dat je eigenlijk Übermensch zou willen zijn, in ieder geval een beetje. De troostrijke moraal: niet alles wat van een leien dakje gaat is goed voor ons en niet alles wat pijn doet is slecht.

Nietzsche had geen gemakkelijk liefdesleven en hij had daar lang over nagedacht. Zijn conclusie: bemind te worden door een intelligente vrouw is het beste dat een man kan overkomen. En zo is het maar net.

"..in 1882 Nietzsche hoped once more that he found a suitable wife, Lou Andreas-Salomé, his greatest, most painful love. She was twenty-one, beautiful, clever, flirtatuous and fascinated by his philosophy. He was defenceless. They spent two weeks together in the Tautenburg forest and in Lucerne posed with their mutual friend Paul Rée for an unusual phtograph. But Lou was more interested in Nietzsche as a philosopher than as a husband. The rejection threw him into renewed, violent depression". (passage uit het besproken boek)

 

Terug naar begin van de samenvatting